zaterdag 11 juni 2011

Woensdag 8 juni 2011

Gunther:

Wij verblijven sinds gisteren namiddag in het Dwarika’s hotel in Kathmandu. Nathalie had hun een tweetal weken geleden een mailtje gestuurd nadat wij hun gegevens toevallig waren tegengekomen in de trotter. Het speciale aan dit hotel is dat het eigenlijk een museum is van Newari houtsnijwerk (12de en 13de eeuw) dat van over het hele land verzameld is en hier in het hotel verwerkt is als ramen, steunpilaren, stoelen,… Ik denk dat het een van de duurste hotels van de hoofdstad is maar aangezien Nathalie er een artikel over schrijft mogen wij hier voor 2 nachten verblijven. De rust en luxe is hier zo zalig, terug een warme douche, een zacht bed en slapen zonder oordopjes. Gisteravond was er een 6-gangen diner van Nepalese specialiteiten samen met 2 mensen van het hotel en vandaag hebben wij het heel rustig aan gedaan. Buiten wat aan het zwembad liggen, is er niet veel gebeurd. Het contrast is dus weer heel groot maar het blijkt voor ons toch wel nodig te zijn om af en toe even te ontsnappen uit de drukte bij ons, waar er overdag constant verkeer is en ’s nachts constant honden blaffen waardoor er nooit echt stilte is. Het zaligste hier, is dat wij de deur van ons kamer kunnen dichtdoen en het dan volledig stil is. Wie had dat gedacht dat ik Nathalie nog ooit dankbaar ging zijn voor de stilte die ze brengt in mijn leven J.

Morgenvroeg gaan wij terug want morgenmiddag hebben wij onze volgende shift in het weeshuis. Mij valt het daar steeds beter en beter mee, ik denk omdat ik nu de kinderen beter begin te kennen en dan ook beter weet hoe met hun om te gaan.

Het eten geven aan de baby’s blijft wel elke keer een strijd omdat zij zo snel zijn afgeleid en wij hun constant moeten zeggen om door te eten. Bij elke maaltijd is er dan ook minstens een kind dat aan het wenen is of gestraft moet worden. En alhoewel het een fijne, leerrijke ervaring is en er heel toffe, spontane kinderen bij zijn, kan ik mij niet voorstellen dat ik dit echt als werk zou doen, ook niet in België. Eigenlijk is dat een van de dingen die ik hier vrij snel beseft heb, namelijk dat mijn werk in België als boekhouder toch wel het gene is wat ik echt graag doe. Hoewel ik soms het gevoel heb dat het allemaal zo nutteloos is en ik niet altijd vind dat ik er veel voldoening uithaal, besef ik nu toch wel dat dat het werk is dat ik het liefst doe . Hier met de kinderen bezig zijn geeft wel meer voldoening en geeft het gevoel dat je echt iemand aan het helpen bent, maar het vreemde is dat dit niet voldoende is; ik heb niet het gevoel dat ik mijn ding hier kwijt kan. Ik denk dan ook dat als wij thuis terug gesetteld zijn ik ga uitkijken of ik af en toe ergens wat vrijwilligerswerk kan doen, zo kan ik de job doen die ik graag doe en daarnaast voldoening vinden in het vrijwilligerswerk, best of both worlds lijkt mij!

maandag 6 juni 2011

Baaldag

Na al die fantastische verhalen over spelende kinderen, zwemmen met olifanten, junglasafari’s en duizelingwekkende bergtoppen, zijn er natuurlijk ook downmomenten. Los van degene als et een familielid in België sterft, that is.

Vandaag is er zo eentje.

De twee laatste posten waren weer oververmoeiend. En ik weet soms echt niet waar dat het meeste aan ligt. Is het het feit dat die troep kinderen zo ongelooflijk luidruchtig kan zijn? Het feit dat het weeshuis maar liefst 68 trappen heeft, die we meermaals per dag op en af lopen, het feit dat je telkens weer beneveld wordt door de stank van urine en kak die je neusgaten penetreert, telkens je langs de badkamers loopt. Of is het Kathmandu in het algemeen dat daar een belangrijke rol in speelt?

Het is hier nooit maar nooit een keer rustig. 24 uur lang worden je zintuigen geprikkeld en aangevallen door een leger aan geluiden. Ik heb momenteel een bloedhekel aan honden, aangezien ze me soms halve nachten wakker houden. Ik heb meer dan eens een halve Valium geslikt om de nacht door te komen, terwijl ik daar thuis nog nooit nood aan heb gehad. En dan zwijg ik van de keren dat we al ziek zijn geweest hier.

Het begon bij beide met buikloop, daarna ging het over na een zware verkoudheid (met tonnen slijm) en daarna een zere keel. Toen alles gedaan was, begonnen de slijmen weer. Gunther heeft ook al een keer last gehad van migraine en is nu zelfs naar de dokter omdat hij pijn heeft aan zijn long.

Ikzelf blijf zakdoeken verbruiken aan de lopende band. En dat slecht slapen wordt me soms echt te veel. Intussen is de temperatuur hier weer stevig opgelopen en liggen we gewoon naakt op onze lakens te zweten ’s avonds. De oordoppen komen ons letterlijk de oren uit en beginnen intussen gewoon zeer te doen door het feit dat we ze élké nacht in hebben.

Soit, een mindere dag dus. Het kan hier, net zoals thuis J We kijken nu gewoon weer uit naar onze twee overnachtingen in het Dwarikas hotel die ik ga doen in het kader van 1 van mijn artikels.

Het is een luxe designhotel dus ik neem aan dat ze op zijn minst gevrijwaard zijn van straatlawaai. Maar eerst, nog twee posten te gaan…

zondag 5 juni 2011

Zondag 5 juni 2011

Gunther:

Vandaag weer een straffe stoot van het Nepalees organisatietalent meegemaakt. Het wasopeningsceremonie van het scholentornooi in Kathmandu en om 6 uur deze morgen werden wij aan de school verwacht om met de bus naar het stadion te gaan waar ongeveer 150 schoolploegen aanwezig zouden zijn. Ik dus om 5 uur op zodat ik om kwart voor 6 aan het weeshuis was. Daar begon het al, eer iedereen klaar was om te vertrekken was het kwart na 6. Aan school aangekomen bleek dan dat wij niet de enige laatkomers waren, we waren zelfs nog vroeg, tegen 7 uur was iedereen er en na wat groepsfoto’s (waar ik ook op mocht als coach) konden we eindelijk vertrekken. De meisjes en jongens van 14 tot 16 jaar, die niet meespeelden in de schoolploeg, gingen ook mee om in de tribune te supporteren, dus ik met een veertigtal kinderen, 2 leerkrachten en de schooldirecteur de bus op naar het stadion. Het was een rit van ongeveer en half uur waarop ik mij gewoon ziek heb gelachen. De chauffeur zette keihard Nepalese muziek op en in de middengang begonnen er te dansen met de leerkrachten als grote voortrekkers. Hilarisch gewoon hoe de leerkrachten samen met hun leerlingen aan het dansen waren. Als dat zo in België zou gebeuren, werden er klachten voor pedofilie ingediend denk ik, maar hier raken de mensen elkaar veel meer aan en hebben ze veel minder personal space en is het allemaal heel normaal. Ik zat samen met de directeur helemaal van voor foto’s te maken en het schouwspel aan te zien, maar het kon dus niet uitblijven dat wij ook op de dansvloer werden getrokken en zo stond ik op een zeker moment in de middengang in de bus te dansen op Nepalese muziek. Toch echt één van de momenten die ik nooit zal vergeten! En maar goed dat de directeur even houterig was als ik, dat maakte het toch iets minder genant ☺. Aangekomen aan het stadion bleek dat de ceremonie verzet was en dat wij blijkbaar als enige school daar niet van op de hoogte waren, iedereen dus teleurgesteld en de directeur serieus gegeneerd naar mij toe. Ze dachten dan als vervanging een museum te gaan bezoeken. Het enige probleem was dat het nog maar 8 uur was en het museum opende pas om 10 uur. Gevolg : iedereen de bus weer op en terug naar school, de terugreis was dan ook een stuk rustiger. Wanneer de openingsceremonie nu wel is wist niemand, hopelijk is het nog deze maand en kan ik ook nog minstens één match meemaken zodat ik kan zien of mijn trainingen iets hebben opgeleverd ☺.

woensdag 1 juni 2011

Zondag 29 mei

Nog een paar dagen en we zijn al een maand hier!

We hebben er net weer twee shifts opzitten. Ook weer redelijk vermoeiend omdat het 1 weekenddag is geweest + 1 feestdag. Ik heb geen idee welke feestdag het hier vandaag is maar da’s typisch Nepalees blijkbaar. Ze hebben hier wel 100 feesten!

Gunther is daarnet naar de voetbal vertrokken en ik ga zo meteen boudha in om op internet te kunnen. Ik heb immers nog een paar artikels die al dringend vertrokken hadden moeten zijn.

Gisterenmorgen ben ik nog snel mijn haar gaan laten knippen (sorry Kev, ik was het assymetrische echt al beu J) en dat was wel hilarisch. Die vrouw zei nadat ik mijne uitleg had gedaan: ‘Ah, you want horsetail?’ :D

Gunther en ik hebben er vandaag nog wat extra aan proberen te scheren maar het ging zodanig met kappen en brokken dat we d’r maar mee gestopt zijn. Ik zoek me in Sydney dan wel terug ne fatsoenlijke kapper zeker.

Soit, het was wel plezant vandaag. Ik heb bootjes en papieren vormpjes geplooid tot in het oneindige en ik ben bijna over mijne nek gegaan vanmorgen toen drie van de kleintjes tegelijk naar de grote wc moesten. Sulab kwam er net vanaf met zijn billen nog vol en Vijay wilde erop maar Sulab had zelfs de rand vol gesmeerd. Intussen zat Nima op een potje erlangs en had er zo goed als zijn mouwen in hangen. Zo ne vettige nest man. Heb een paar keer serieus moeten slikken.

Trouwens over vettige nest gesproken, onze medebewoonster kan er anders ook wat van. Zo dikwijls dat ik hier mijn woorden al heb ingeslikt! En nu laat ik het gewoon want tegen de 5de juni is ze toch weg.

Sowieso is Gunther van ons twee de properste, wat niet betekent dat ik slordig of vuil ben, ik ben alleen soms wat chaotischer. V. daarentegen, die begrijp ik echt niet. Ik denk echt dat het kind nog thuis woont en dat mama alles achter haar gat opruimt. Elke keer als wij thuis komen, liggen haar spullen overal. En dan bedoel ik echt overal: in de twee zetels, op de stoelen, op de tafels, op ons bed, op de grond, …

Haar MP3-speler steekt altijd in. Wat ik een onnodige verspilling van energie vind. Een chocopot met een afgelikt mes erop. Broodkruimels overal. En dan zwijg ik nog van dingen als de WC, die ze volgens mij nog nooit schoongemaakt heeft. Aangezien onze WC niet doorspoelt, moeten we er na een groot toilet een emmer (of twee) water achtergooien maar dat is voor haar precies al teveel moeite.

Er lag een zak met natte kleren al 3 weken te schimmelen op het dak, toen bleek dat het haar trekkerskleren waren, die ze volgens eigen zeggen kwijt was. En zo kan ik nog wel even verdergaan. Maar dat ga ik dus niet doen. Het is er uit nu en over een paar dagen is ze weg.

Good riddance! Het eerste wat we hier dus gaan doen dan, is een grote schoonmaak.

Kwestie van eindelijk wat dingen te kunnen weggooien die al lang weg hadden moeten zijn.

Maar om misschien toch nog even op de ‘vettige toer’ verder te gaan. Er zitten er daar een paar sjarels tussen zunne. Furba bijvoorbeeld, is het dochtertje van 1 van de didi’s. Ze is ongeveer 2,5 en ze hebben onlangs haar haren moeten afscheren omdat die constant vol luizen zaten. Vorige week is Gunther dan met de kam langs haar broskopke gegaan, bleek dat daar nog steeds luizen in zaten. Geen idee waar die mannen zich aan vastgehouden hebben. Over Furba had Wim overigens ook nog een paar straffe verhalen. Hij heeft ze al eens gevonden terwijl ze ergens op een tafel had gepist en ze dat aan het oplikken was en vorige week betrapte hij haar toen ze de WC-borstel aan het aflikken was. Haar moeder Vishnu, die een superfijn maar beetje geschift mens is, stond erbij en keek ernaar. :S Man man man!

En snottebellen, da’s nog zoiets. Die kleintjes hangen meestal vol. En dan bedoel ik niet een snottebelleke zoals Belgische kindjes vaak hebben maar gewoon vol. Sulab zijn gezicht hangt meestal voor de helft vol met opgedroogd snot in alle kleuren. Furba heeft meestal van die monsterlijke groene bollen bijna die van haar neusgaten tot in haar mond lopen. Als het kind dan nog begint te blèten, is het helemaal een schoon zicht.

Nima daarentegen, onderscheidt zich van de rest door zijn wel heel bijzondere eetgewoonten. Het kind is potdoof en zelfs met een hoorapparaat hoort hij precies nog niets; Of doet alsof. Hij zal iets van een drie jaar oud zijn en elke maaltijd met hem is een soort van wedstrijd. Hij vergelijkt eerst zijn kommetje met de rest van de tafel en dan vliegt hij daarop alsof hij nooit geen eten meer gaat krijgen. Hij toont telkens trots zijn lepel die boordevol rijst dal bhat zit en propt die dan volledig in zijn mond, terwijl de korrels rijst naar overal vliegen. De tafel ziet er achteraf uit als een slagveld, om over het kind zelf nog niet te spreken. Natuurlijk verslikt hij zich dan elke keer wel eens en geeft dan gewoon het eten terug in zijn kommetje, waarna hij het doodleuk opnieuw in zijn mond steekt.

Ik kan jullie alvast zeggen dat onze grenzen qua hygiëne meermaals verkracht zijn geweest en we er op de lange duur zelfs immuun voor lijken te worden.

Ik geef toe dat ik meer dan eens mijn hoofd heb gedraaid als ik weer eens iets zag gebeuren dat er volledig over was. Je kan je daar gewoon niet in blijven opjagen.

Sowieso leven de Nepalezen anders dan wij. Ze spuwen op straat, (ze snuiten nooit hun neus) rochelen luidruchtig, eten vaak met hun rechterhand en ‘vegen’ met hun linker, en nog een paar van die dingen.

Ook de gedragsregels zijn soms bijzonder grappig en bij de haren getrokken. Zo laten vrouwen normaal gezien geen blote schouders zien maar lopen de meesten dan wel met een blote Michelinbuik. Homoseksualiteit is blijkbaar niet echt aanvaard maar mannen lopen hier wel, net zoals in de moslimcultuur, constant hand in hand en zitten soms zelfs op elkaars schoot.

Gunther:

De voorbije shift vielen mij ook nogal zwaar, ben al een week verkouden waardoor ademen moeilijker gaat en dan steeds die trappen op en af. Maar denk dan maar dat ik in augustus blij zal zijn met al die conditietraining hier J. Wij zijn hier eigenlijk al vrij veel ziek geweest, hebben alle twee al last gehad van onze darmen, maar die zijn nu precies toch aangepast. Daarnaast hebben wij ook geregeld last van neus en keel wat volgens mij vooral komt door de slechte kwaliteit van lucht hier, de auto’s en moto’s die hier rond rijden stoten het één en ander uit van gassen, veel mensen dragen hier dan ook een mondmasker. In België zouden ze denken dat je een overval gaat plegen, maar hier is het dus normaal om zo rond te lopen.

Qua vettige verhalen was het bij mij vandaag ook weer plezant. Tijdens het eten moest Furba ineens pipi doen en natuurlijk is er dan nog minstens één iemand anders die dan ook moet, dus deze keer ging Sulab mee. Ik zet Furba op het wc en zeg tegen Sulab dat hij in het potje dat ook in de WC stond pipi kon doen. Hij gaat er naar toe, maar ipv zijn broek af te trekken begint hij gewoon te pissen in zijn broek terwijl hij voor het potje staat. Hup zijn broek en onderbroek dus uit en ander aan, wou hij zijn sandalen toch niet meer aan doen zeker omdat die ook vol pis hingen zeker! Geen probleem, ik spoel die rap af onder de kraan en verder. Nu ik er aan denk, zijn benen hingen ook vol maar die ben ik vergeten te wassen. Ach woensdag mogen ze toch douchen en dan is dat er ook weer af :).

Wij hebben vanuit België ook wat ballonnen meegenomen en als ze een vrije dag hebben nemen wij er een aantal mee naar het home om de kleinsten wat bezig te houden. Het is dan ook altijd grappig dat zij daar eerst op zeveren, op de grond laten vallen, de hond er af en toe is op bijt en aan likt en dan bij mij afkomen om ze op te blazen. Welke ziektes ik daardoor al heb opgelopen wil ik zelf al niet meer weten.

zondag 29 mei 2011

Zaterdag 28 mei

Twee posts op een dag, tja, we hebben even achterstand omdat we wat problemen hadden met onze blog maar we zijn zo weer bij gepraat :)

Ik heb gisterenavond mijn eerste grote realityshock gehad. En ik ben er nog altijd niet goed van.

Je zou denken dat ik met hetgeen we in het weeshuis hebben gezien of met de misvormde en blinde bedelaars op straat toch al iets meer geraakt had moeten zijn geweest maar dat was ik eigenlijk niet. Alles wat tot nu toe nog aanvaardbaar. Waarschijnlijk omdat ik tijdens mijn reizen al het een en ander heb gezien. Tot gisteren.

We waren in Thamel voor een bezoek aan de Belgische frituur ter ere van het afscheid van Gert, toen ik we een hoek omdraaiden en ze daar plots stonden. De lijmsnuivende kinderen.

Ze moeten in leeftijd gevarieerd hebben van 9 tot 15. In het eerste ogenblik besefte ik nog niet goed wat mijn oog exact registreerde. Ik was nog aan het verwerken dat een gast ons aansprak met de vraag of we marihuana wilden kopen met een flik op twee meter van hem. De kinderen stonden daar een vijftal meter achter.

Nobody gives a shit. Tenminste, dat werd me toen duidelijk.

En ik besefte het op dat moment slechts oppervlakkig, maar de waarheid sloeg vanmorgen in als een bom. En ik was er écht slecht van.

Het toeval wil dat ik net een tweetal boeken in het genre uit heb. De eerste heb ik in Pokhara opgepikt en is het autobiografische verhaal van een kindsoldaat van 13 jaar uit Sierra Leone: ‘A long way gone’. Het tweede heet ‘Sold’, over een Nepalees meisje van 13 dat uit armoede wordt verkocht door haar stiefvader en in een Indisch bordeel belandt. Schrijnend, is ene synoniem dat met moeite de lading dekt.

En op zo’n moment weet je dus niet meer waar je je nu het slechtste over voelt. Is het de wetenschap dat deze kinderen nooit een normale zorgeloze jeugd hebben gekend of zullen kennen? Is het het feit dat zelfs de authoriteiten geen actie ondernemen? Of is het het besef dat je zelf zo ongelooflijk gezegend bent dat je van een dergelijk lot gespaard bleef? Net zoals degene die je liefhebt. Dat je jezelf thuis wentelt in luxe en de enige zorg die je hebt, de vraag is welke outfit je de volgende dag gaat aantrekken, welke kleur de auto moet zijn die je dacht aan te kopen bij terugkeer uit het buitenland en waarheen je volgende vakantie zal leiden.

Gunther trachtte me te troosten en zei: ‘We doen toch iets schat’. Maar twee maanden hier, wat stelt dat nu eigenlijk voor? We hebben vorige week zelfs ‘vakantie’ gehad! En ok, we hebben plannen om één van de kinderen van Shangrila Home sponsoren, maar het lijkt een druppel in de oceaan.

Tot ik er gisterenavond met Wim over sprak. Hij zei me dat hij de gewoonte had gecreëerd dat, als er weer iemand belde of langskwam om een kind op te nemen in het home, hij het kind niet wilde zien en er niet meer over wilde weten dan strikt noodzakelijk was, tot hij er zeker van was dat ze een plaats hadden voor het kind.

Daardoor slaagde hij erin zich niet emotioneel te hechten en zijn schuldgevoel te ontlopen. Hij zei me: ‘Als ik me nu inbeeldt dat ik Tikka Maya en Sano Maya had weggestuurd en dat ze daardoor op straat hadden moeten leven, kan ik het ook niet plaatsen. Dat is een idee waar ik liever niet aan denk. Ik tracht niet stil te staan bij al de kinderen die we zo al hebben moeten wegsturen omdat we geen plaats meer hadden.

Ik antwoordde dat je dus eigenlijk moest concluderen dat wat je ook doet, het altijd ontoereikend zal blijven, en Wim bevestigde.

Je moet de rust en aanvaarding vinden in het feit dat het je tenminste niet koud laat, dat je iets doet, al is het maar een druppel.

Een oceaan is tenslotte niet meer dan een verzameling druppels toch?

zaterdag 28 mei 2011

Woensdag 25 mei

De 5 uur durende rit van Pokhara naar Chitwan was niet echt een aanrader en ik heb op een bepaald moment toch een Touristil moeten innemen. Het is dat de wegen hier heel erg hobbelig zijn en er vaak heel abrupt gestopt wordt waardoor het zo goed als onmogelijk wordt om nog even een oogje dicht te doen. Tel daarbij de ontelbare keren dat er geclaxonneerd wordt en je weet genoeg. Mijn maag voelde het ook maar was na de reispil al een pak beter.

Het deed me heel erg denken aan mijn tripje naar Pai in Thailand in 2006, een rit die ook een 3-4 uur duurde en rakelings langs onafgezette afgronden reed, vaak in bochten van 90° en terwijl er nog camions voorbij staken ook. Zot zijn ze hier wat dat betreft. Maar ik ben blij dat Gunther het nu ook een keer in levende lijve heeft meegemaakt :)

We kwamen in de Travellers Jungle Lodge alwaar we meteen onze lunch kregen geserveerd. Daarna was het tijd voor een olifantenrit door de jungle. Hoewel het niet slecht was, was het iets minder leuk dan verwacht, om de simpele reden dat we met 4 toeristen tegelijk op een olifant zaten in een soort van houten vierkant. Voor ons zat een Indisch koppel met als gevolg dat Gunther en ik op de achterste hoeken zaten. En achteruit meewandelden als het ware. Naast onze olifant waren er zo nog zeker 10 andere die tegelijk vertrokken met telkens mini-troepjes toeristen op hun rug. Ik moet bekennen dat de reden dat ik me aan dit soort dingen meestal erger, voornamelijk te wijten is het feit dat ik een beetje verwend ben geraakt op dat vlak. Als journalist heb ik vaker de kans om meer individuele en exclusieve dingen mee te maken, die meestal niets te maken hebben met de grote hordes toeristen. Zo heb ik de mooiste reiservaringen tot nu toe meegemaakt in de Aman Resorts in Cambodja, India en Sri Lanka. Ik zou die hotels van mij leven niet kunnen betalen moest ik geen journalist zijn, want ze kosten rond de 800 dollar per nacht, maar hun excursies zijn van de uniekste die ik al heb meegemaakt en dus de grootste aanraders die ik kan geven.

Soit, ik dwaal af.

We trokken dus de jungle in op de rug van een olifant met voor ons twee Indiërs die al even erg zweetten als wijzelf. We zagen wat herten, verschillende vogels en… twee neushoorns. Jawel! Daarvoor waren we dus gekomen! :)

Iedereen natuurlijk meteen met zijn olifant rond die neushoorns, camera’s in de aanslag. Was tegelijk grappig en ook wel een beetje onnozel om te zien. Maar we waren wel blij dat we dat geluk hadden.

’s Avonds hadden we een cultureel programma in het theaterzaaltje van de stad, alwaar een twintigtal jonge kerels een paar gevechtsdansen met stokken uitvoerden en o.a. de paringsdans van een pauw uitbeelden door middel van een kerel die in een superbelachelijk pauwenkostuum was gestoken. Ik heb nog het hardst van al gelachen met Gunther die het bijna in zijn broek deed toen die pauw opkwam en in een deuk bleef tot het einde, waarbij de pauw bijna tegen de muur liep op haar weg terug van het podium. Ook de presentator was bijzonder hilarisch. Hij sprak Engels zoals de politie-agent van ‘Allo, ‘Allo’, dus wij lagen vooral in een deuk tussen de voorstellingen door. It is I, Lecleir :)

Na het Nepalese diner in ons hotel, kropen we ons bed in, waar ik een vrij helse nacht tegemoet ging omdat het veel te warm was en ik wel 100 keer gestoken werd door de muggen. Tja, daar op de Terrai is een muskietennet dus zeker wel een aanrader maar ja, dat van ons hing onze kamergenoten in Kathmandu nog te beschermen :S

De volgende morgen was het wat bewolkter en dat vonden we helemaal niet erg want die brandende zon de hele tijd bleek toch een beetje teveel van het goede.

We vertrokken om 7u30 met de kano om op zoek te gaan naar krokodillen. Echt een superervaring om zo dicht op het water te zitten en je te laten meevoeren door de stroming. We zagen echter maar 1 kleine krokodil en het ging allemaal zo snel dat we niet eens een scherpe foto konden maken. De ervaring op zich echter, was echt genieten.

Vervolgens gingen we terug aan land en trokken te voet verder door de jungle. Dat was een beetje bevreemdend en ietwat meer beangstigend. Er liepen immers tijgers, neushoorns, wilde olifanten en beren los in het park en zelfs de gids kon niet zeggen of we die al dan niet tegen het lijf zouden lopen!

Het was de eerste keer in mijn leven dat ik het gevoel had dat ik ergens liep waar ik eigenlijk niet uitgenodigd was. We zagen (gelukkig) slechts een wild zwijn vanop afstand en een paar apen tussen de bomen.

Onze wandeling leidde door het struikgewas naar de olifantenkwekerij alwaar een 30-tal olifantenten (en hun baby’s) werden gehouden voor de kweek. Het bijzondere was dat er een olifantentweeling was van twee jaar. Blijkbaar de eerste olifantentweeling ooit in Nepal en slechts het tweede paar ter wereld volgens onze gids. Er was ook net een kleintje geboren. Twintig dagen oud. Ik denk dat ik nog nooit zoiets schattigs heb gezien in mijn leven. Hij paste nog net onder de buik van zijn mama en maar flapperen met zijn oortjes. Dumbo maar dan in het echt! Echt een superervaring! En we hebben er hele leuke foto’s van kunnen trekken ook.

Echter, dat bleek nog niet eens het leukste onderdeel van onze ‘package’ te zijn. We kwamen even terug naar het hotel om een kwartier later terug op 1 van de huisolifanten te klimmen en terug richting de rivier te gaan. Deze keer zaten we niet op een houten schavotje maar direct op de rug van de olifant wiens rimpelige huid ruw prikte in onze onderbenen. Met dat we aankwamen zagen we al een groep jonge Indiërs die vanop de rug van een andere olifant die in het water lag, in het water aan het duiken waren. Iedereen was kletsnat en ze hadden enorm veel plezier. Het werd dus meteen duidelijk dat wij ook niet bepaald droog gingen blijven. De olifantendrijver was intussen van de olifant zijn rug gegaan waardoor Gunther en ik alleen achterbleven. Plots begon hij commando’s te geven en voor we het wisten, smeet de olifant met zijn slurf gutsen water over zijn rug. We waren meteen doorweekt. Vervolgens riep de man een ander commando waarop de olifant door zijn benen zakte en zich langzaam op zijn zij in het water liet zakken waardoor wij er natuurlijk afrolden. Hilariteit alom!

Vervolgens mochten we mee de olifant wassen (lees: water over de dikhuid gooien), die met behulp van zijn slurf de rest deed. Vervolgens kropen we terug op zijn rug en mochten we hem zelf terug naar huis ‘sturen’. Weer een superleuke en originele ervaring rijker!

Tegen 15u hadden we onze vlucht terug naar Kathmandu en daar hebben we ons intussen weer uitgebreid geïnstalleerd. Het voelde bijna net als ‘thuiskomen’.

Binnen een half uurtje vertrekken we richting het weeshuis voor het afscheidsetentje van Gert en morgen hebben we nog een vrije dag alvorens terug aan onze shifts te beginnen.

Ik moet bekennen dat dat me heel goed uitkomt want ik heb gezien dat ik nog dringend wat werk moet afronden voor Psychologies en wat stuff moet doen voor babymag.

We hebben daarnet onze rekeningen nog gecheckt en ik heb tot mijn vreugde mogen vaststellen dat het harde werk van de laatste maanden voor vertrek eindelijk heeft opgebracht. Voor een keer geeft het een fijn gevoel dat mijn facturen vaak laat betaald worden. Maw terwijl de betalingen nu binnenkomen, zit ik toch al even een maand in het buitenland. Laten we hopen dat dat zo mag blijven hé! :)

Zo Nathalie heeft naar aloude gewoonte weer prachtig verteld dus rest er mij alleen nog een kleine anekdote te vertellen van mij en flipflops (of zoals ik ze liever noem, teensletsen). In België was ik al geen groot voorstander van het fenomeen omdat ik vind dat zo een rubberstuk tussen de tenen totaal niet goed zit en omdat het gewoon lelijk is (kan ook wel aan mij liggen omdat ik zo’n lange tenen heb). Maar hier in Nepal is drievierde van de bevolking er wel voorstander van dus heb ik al mijn vooroordelen aan de kant geschoven en mij ook een paar gekocht. Ik moet toegeven zo slecht zaten ze eigenlijk niet, het voelde goed om mijn voeten wat lucht te geven en qua lelijkheid had ik er ook weinig last van want veel kijk ik niet naar mijn eigen voeten. Alleen de eerste keer dat ik ze aan had ging ik beneden bij ons appartement van het trapje af om de straat op te gaan en schoof ik volledig onderuit op mijn rug waardoor mijn rechter elleboog openlag. Oké, kan gebeuren, een onvoorzichtigheid van mij dacht ik, dus doe ik ze een paar dagen later terug aan in het home en zie ik op de binnenkoer een bal liggen, loop er naar toe, trap er een geweldige goal mee (denk ik toch J), vlieg de lucht in en beland vlak op mijn rug, resultaat: linker elleboog volledig open. Ik heb ze dan maar een paar dagen aan de kant laten liggen tot ik ze onbewust toch weer aanhad. Wij wandelen gewoon over straat tot ik op een bepaald moment met mijn linker teenslets achter een steen blijf hangen, gelukkig val ik niet maar de rubber voor tussen mijn tenen van de linker slets wel loskomt en ik verder naar huis kan op één slets. Toen begon het mij pas te dagen, hoeveel tekenen heb ik nodig eer ik wil inzien dat ik en teensletsen niet voor elkaar gemaakt zijn. Ik heb ze dan ook weggesmeten en denk nooit nog een nieuw paar te kopen, dat is dan al één wijze les die ik hier geleerd heb. :)

dinsdag 24 mei 2011

Woensdag 25 mei - even earlier morning :)

En nog eens een echt stukske tekst na de lyrische verhandeling over mijn lief :)

We schrijven woensdag 25 mei, 6 uur ’s morgens. Zijn extra vroeg moeten opstaan want vertrekken sebiet op een 5 uur durende bustrip :( richting Chitwan National Park :). Normaal gezien hadden we daar gisteren al moeten geweest zijn maar er was hier weer maar eens ‘banda’ (staking), waardoor er niets rond reed.

Een extra dagje Pokhara dus. Wat we al bij al nog niet zo erg vonden want het gaf ons tijd om naar de Peace Pagoda te klimmen. (De Peace Pagoda staat er ter ere van Boeddha die, hoewel hij zijn roeping in India vond, oorspronkelijk in Nepal geboren werd). Wij dus een bootje huren om naar de overkant van het Pewa meer te roeien alwaar we weer maar eens begonnen aan een klim van 1100 meter die al meteen vrij stijl omhoog ging. Ik had aan Gunther gevraagd om met een kleine voorsprong te mogen vertrekken omdat ik 1. graag kop trek :) en 2. als ik alleen ben, tegen niemand kan zeuren. Maw het gaat mij beter af als ik alleen moet klimmen. :) Het grappige was, dat het tempo er daarbij zo stevig inzat dat Gunther mij pas terug inhaalde op 150 m. van de top en hij er al die tijd van overtuigd was geweest dat ik eigenlijk al lang teruggekeerd was. Het had niets gescheeld of hij was zelf terug naar onder gegaan, in de gedachte dat ik daar op hem stond te wachten. Ok, ik geef toe, het was eigenlijk om goed te maken dat ik twee dagen ervoor naar mijn eigen gevoel een beetje teveel gezeurd had dat ik geen zin meer had om te klimmen en iets teveel had gevraagd: zijn we er nu nog niet? :)

Soit, het was een stevige klim van een 40-tal minuten waarbij we stevig in het zweet stonden. En daarna zijn we terug naar Lakeside geroeid om een lekkere curry te gaan eten.

Gegeten dat we hier trouwens al hebben gedaan in Nepal dat is niet normaal! Zoooo lekker man! Uiteraard de traditionele Nepali gerechten maar ze hebben hier ook een stevige Indische invloed dus ook regelmatig een kruidige groentencurry of iets in de trend van paneer pakora (gefrituurde groenten) of aloo masala (aardappelen) etc.

Gisteren hebben we dan ook per toeval nog twee van de betere restaurantjes aan Lakeside ontdekt. Voor de lunch gingen we naar Ghurkas Bar & Restaurant en ’s avonds aten we bij Thic Thac, terwijl de stroom in de stad de hele tijd uitviel en wij gezellig zaten te tafelen in de tuin bij kaarslicht, als enige klanten omdat we wat aan de vroeg kant waren :)

We moeten trouwens nog even iets rechtzetten. Het is eigenlijk niet Pokhara dat een backpackersstadje is. Pokhara is eigenlijk wreed groot. Het is gewoon het Lakeside stuk dat speciaal voor de toeristen is en off season (zoals wij nu) helemaal de moeite is om naar toe te komen.

Soit, het ontbijt komt er zo meteen aan. Morgen of overmorgen hopelijk meer nieuws, indien we over internet beschikken. Ik heb al begrepen dat we een olifantensafari gaan doen dus dat belooft! En de 26ste vliegen we tegen 14u terug richting Kathmandu!