De 5 uur durende rit van Pokhara naar Chitwan was niet echt een aanrader en ik heb op een bepaald moment toch een Touristil moeten innemen. Het is dat de wegen hier heel erg hobbelig zijn en er vaak heel abrupt gestopt wordt waardoor het zo goed als onmogelijk wordt om nog even een oogje dicht te doen. Tel daarbij de ontelbare keren dat er geclaxonneerd wordt en je weet genoeg. Mijn maag voelde het ook maar was na de reispil al een pak beter.
Het deed me heel erg denken aan mijn tripje naar Pai in Thailand in 2006, een rit die ook een 3-4 uur duurde en rakelings langs onafgezette afgronden reed, vaak in bochten van 90° en terwijl er nog camions voorbij staken ook. Zot zijn ze hier wat dat betreft. Maar ik ben blij dat Gunther het nu ook een keer in levende lijve heeft meegemaakt :)
Soit, ik dwaal af.
We trokken dus de jungle in op de rug van een olifant met voor ons twee Indiërs die al even erg zweetten als wijzelf. We zagen wat herten, verschillende vogels en… twee neushoorns. Jawel! Daarvoor waren we dus gekomen! :)
Iedereen natuurlijk meteen met zijn olifant rond die neushoorns, camera’s in de aanslag. Was tegelijk grappig en ook wel een beetje onnozel om te zien. Maar we waren wel blij dat we dat geluk hadden.
’s Avonds hadden we een cultureel programma in het theaterzaaltje van de stad, alwaar een twintigtal jonge kerels een paar gevechtsdansen met stokken uitvoerden en o.a. de paringsdans van een pauw uitbeelden door middel van een kerel die in een superbelachelijk pauwenkostuum was gestoken. Ik heb nog het hardst van al gelachen met Gunther die het bijna in zijn broek deed toen die pauw opkwam en in een deuk bleef tot het einde, waarbij de pauw bijna tegen de muur liep op haar weg terug van het podium. Ook de presentator was bijzonder hilarisch. Hij sprak Engels zoals de politie-agent van ‘Allo, ‘Allo’, dus wij lagen vooral in een deuk tussen de voorstellingen door. It is I, Lecleir :)
Na het Nepalese diner in ons hotel, kropen we ons bed in, waar ik een vrij helse nacht tegemoet ging omdat het veel te warm was en ik wel 100 keer gestoken werd door de muggen. Tja, daar op de Terrai is een muskietennet dus zeker wel een aanrader maar ja, dat van ons hing onze kamergenoten in Kathmandu nog te beschermen :S
De volgende morgen was het wat bewolkter en dat vonden we helemaal niet erg want die brandende zon de hele tijd bleek toch een beetje teveel van het goede.
We vertrokken om 7u30 met de kano om op zoek te gaan naar krokodillen. Echt een superervaring om zo dicht op het water te zitten en je te laten meevoeren door de stroming. We zagen echter maar 1 kleine krokodil en het ging allemaal zo snel dat we niet eens een scherpe foto konden maken. De ervaring op zich echter, was echt genieten.
Vervolgens gingen we terug aan land en trokken te voet verder door de jungle. Dat was een beetje bevreemdend en ietwat meer beangstigend. Er liepen immers tijgers, neushoorns, wilde olifanten en beren los in het park en zelfs de gids kon niet zeggen of we die al dan niet tegen het lijf zouden lopen!
Het was de eerste keer in mijn leven dat ik het gevoel had dat ik ergens liep waar ik eigenlijk niet uitgenodigd was. We zagen (gelukkig) slechts een wild zwijn vanop afstand en een paar apen tussen de bomen.
Onze wandeling leidde door het struikgewas naar de olifantenkwekerij alwaar een 30-tal olifantenten (en hun baby’s) werden gehouden voor de kweek. Het bijzondere was dat er een olifantentweeling was van twee jaar. Blijkbaar de eerste olifantentweeling ooit in Nepal en slechts het tweede paar ter wereld volgens onze gids. Er was ook net een kleintje geboren. Twintig dagen oud. Ik denk dat ik nog nooit zoiets schattigs heb gezien in mijn leven. Hij paste nog net onder de buik van zijn mama en maar flapperen met zijn oortjes. Dumbo maar dan in het echt! Echt een superervaring! En we hebben er hele leuke foto’s van kunnen trekken ook.
Echter, dat bleek nog niet eens het leukste onderdeel van onze ‘package’ te zijn. We kwamen even terug naar het hotel om een kwartier later terug op 1 van de huisolifanten te klimmen en terug richting de rivier te gaan. Deze keer zaten we niet op een houten schavotje maar direct op de rug van de olifant wiens rimpelige huid ruw prikte in onze onderbenen. Met dat we aankwamen zagen we al een groep jonge Indiërs die vanop de rug van een andere olifant die in het water lag, in het water aan het duiken waren. Iedereen was kletsnat en ze hadden enorm veel plezier. Het werd dus meteen duidelijk dat wij ook niet bepaald droog gingen blijven. De olifantendrijver was intussen van de olifant zijn rug gegaan waardoor Gunther en ik alleen achterbleven. Plots begon hij commando’s te geven en voor we het wisten, smeet de olifant met zijn slurf gutsen water over zijn rug. We waren meteen doorweekt. Vervolgens riep de man een ander commando waarop de olifant door zijn benen zakte en zich langzaam op zijn zij in het water liet zakken waardoor wij er natuurlijk afrolden. Hilariteit alom!
Vervolgens mochten we mee de olifant wassen (lees: water over de dikhuid gooien), die met behulp van zijn slurf de rest deed. Vervolgens kropen we terug op zijn rug en mochten we hem zelf terug naar huis ‘sturen’. Weer een superleuke en originele ervaring rijker!
Tegen 15u hadden we onze vlucht terug naar Kathmandu en daar hebben we ons intussen weer uitgebreid geïnstalleerd. Het voelde bijna net als ‘thuiskomen’.
Binnen een half uurtje vertrekken we richting het weeshuis voor het afscheidsetentje van Gert en morgen hebben we nog een vrije dag alvorens terug aan onze shifts te beginnen.
Ik moet bekennen dat dat me heel goed uitkomt want ik heb gezien dat ik nog dringend wat werk moet afronden voor Psychologies en wat stuff moet doen voor babymag.
We hebben daarnet onze rekeningen nog gecheckt en ik heb tot mijn vreugde mogen vaststellen dat het harde werk van de laatste maanden voor vertrek eindelijk heeft opgebracht. Voor een keer geeft het een fijn gevoel dat mijn facturen vaak laat betaald worden. Maw terwijl de betalingen nu binnenkomen, zit ik toch al even een maand in het buitenland. Laten we hopen dat dat zo mag blijven hé! :)
Zo Nathalie heeft naar aloude gewoonte weer prachtig verteld dus rest er mij alleen nog een kleine anekdote te vertellen van mij en flipflops (of zoals ik ze liever noem, teensletsen). In België was ik al geen groot voorstander van het fenomeen omdat ik vind dat zo een rubberstuk tussen de tenen totaal niet goed zit en omdat het gewoon lelijk is (kan ook wel aan mij liggen omdat ik zo’n lange tenen heb). Maar hier in Nepal is drievierde van de bevolking er wel voorstander van dus heb ik al mijn vooroordelen aan de kant geschoven en mij ook een paar gekocht. Ik moet toegeven zo slecht zaten ze eigenlijk niet, het voelde goed om mijn voeten wat lucht te geven en qua lelijkheid had ik er ook weinig last van want veel kijk ik niet naar mijn eigen voeten. Alleen de eerste keer dat ik ze aan had ging ik beneden bij ons appartement van het trapje af om de straat op te gaan en schoof ik volledig onderuit op mijn rug waardoor mijn rechter elleboog openlag. Oké, kan gebeuren, een onvoorzichtigheid van mij dacht ik, dus doe ik ze een paar dagen later terug aan in het home en zie ik op de binnenkoer een bal liggen, loop er naar toe, trap er een geweldige goal mee (denk ik toch J), vlieg de lucht in en beland vlak op mijn rug, resultaat: linker elleboog volledig open. Ik heb ze dan maar een paar dagen aan de kant laten liggen tot ik ze onbewust toch weer aanhad. Wij wandelen gewoon over straat tot ik op een bepaald moment met mijn linker teenslets achter een steen blijf hangen, gelukkig val ik niet maar de rubber voor tussen mijn tenen van de linker slets wel loskomt en ik verder naar huis kan op één slets. Toen begon het mij pas te dagen, hoeveel tekenen heb ik nodig eer ik wil inzien dat ik en teensletsen niet voor elkaar gemaakt zijn. Ik heb ze dan ook weggesmeten en denk nooit nog een nieuw paar te kopen, dat is dan al één wijze les die ik hier geleerd heb. :)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten