vrijdag 20 mei 2011

Bhaktapur-15 en 16 mei (or so we think)

We hebben dus niet stilgezeten zoals ik zei. Zo gaat dat met het leven, het gaat gewoon door. En gelukkig maar soms. Ik heb het merendeel van de tijd geen flauw idee de hoeveelste we zijn of welke dag van de week het is.

We hebben er sinds het slechte nieuws en het Nepalese afscheid alweer 4 shifts opzitten en dan nog 4 zware ook. De eerste twee waren van vrijdag op zaterdag. Op vrijdagnamiddag hebben de kinderen vrij en zaterdag ook de ganse dag ,dus dat betekent dubbel zoveel werk omdat je alle kleintjes moet bezig zien te houden, alle uniformpjes moeten gewassen worden, de didi's er niet zijn en nog van dat.

We zijn er bij momenten al een pak minder euforisch over. Het is echt niet te onderschatten hoe onwaarschijnlijk vermoeiend zo een bende kinderen kunnen zijn! En een lawaai dat die kunnen maken. Het lijkt alsof ze niet normaal tegen elkaar kunnen praten. Ze zijn altijd aan het roepen, zingen of in het ergste geval, huilen!

Het is soms echt een test voor mijn zintuigen. En ik laat dan ook regelmatig van mij horen met een welluidend ‘Tsup!’ (Nepalees voor ‘Rustig aan!’) of gewoon iets in de trend van ‘Hey, hey, hey!’ of ‘Girls, easy hé’ :) We spreken hier dan ook echt brakke Engels, zo van dat ‘Apu Engels’ (The Simpsons), omdat ze ons anders minder goed verstaan. ‘Ze’ dat zijn dan voornamelijk de didi’s (de helpsters van het home) en de kleine kids. Het 'nieuwe' Engels gaat zo van: ‘Little more’ of ‘Nice eating’ of ‘You good boy’ en ‘You go kaka’. LOL

We hebben echter, ondanks het behoorlijk zware werk, ook een heel pak leuke en grappige momenten. En die zijn ook echt nodig ter afwisseling. Anders zou ik niet weten hoe ik er door zou geraken. Aan de andere kant, heeft het verblijf in het weeshuis mij een geheel andere kant van mezelf doen ontdekken. En ik ken minstens 1 iemand die dit graag zal lezen maar ja, mijn 'parental side'. Een paar maanden geleden liep ik nog van de daken te roepen dat het ouderschap misschien toch niet voor mij was weggelegd. Sinds drie weken lijk ik daar 180° in gedraaid te zijn. Ik krijg ook meer en meer het gevoel dat als ik hier doorheen geraak, het opvoeden van één kind in vergelijking met dit, slechts een piece of cake moet zijn. Het zal echter nog niet voor nu meteen zijn en wat nog belangrijker is, Gunther deelt nog niet echt in dit gevoel. Dus we zullen zien wat de tijd brengt...

En over tijd gesproken, we moeten echt moeite doen om wat tijd voor onszelf te vinden want ook het samenwonen met twee andere mensen blijkt bijzonder vermoeiend. We verstaan ons vooral met de Nederlandse vrouw heel goed maar dat neemt niet weg dat we NOOIT een moment met ons tweeën alleen zijn. Er is altijd iemand die geen shift hoeft te doen en die persoon zit meestal in het appartement. Geloof me dat het echt niet leuk is als je dan een sterfgeval in je familie hebt… Het lijkt wel Big Brother maar dan in het klein. :S

Soit, we besloten daarom om er even tussenuit te gaan zijn en namen de bus naar Bhaktapur, een stadje op een uurtje rijden met nog van die echte authentieke huizen en Newari architectuur. Volgens onze Trotter was het zonder twijfel de mooiste stad van de vallei en het ligt slechts op 13 km van Kathmandu dus lekker dichtbij. Het bleek een goede beslissing.

Bhaktapur geeft echt een mooi beeld van hoe Nepal er vroeger moet hebben uitgezien. De meeste straatjes zijn nog steeds geplaveid zoals vroeger en je vindt er heel veel uiteenlopende ambachten zoals pottenbakkerijen, weverijen, etc. De stad kent ook heel veen tempels in verschillende vormen en grootte. In de Trotter lazen we dat in Bhaktapur een aantal scènes van ‘Little Buddha’ van Bertolucci werden opgenomen. En dat is ook exact het gevoel dat je er op sommge plaatsen hebt, alsof je door een gigantisch filmdecor wandelt…

Het is er overigens een pak rustiger dan in Kathmandu dus dat droeg zeker ook bij aan de dromerige en intieme sfeer. Maar waar we nog het meeste van genoten, was eindelijk terug een warme douche, een WC die we normaal konden doortrekken én een dubbelbed in Khwopa Guesthouse op ongeveer 100 meter vanTaumadhi Square. Wat een ongelooflijke luxe! Ik denk dat het warm water op was tegen dat we onder die douche uit kwamen. Eindelijk nog eens al dat vuil te goei van je lijf kunnen wassen en je nog eens echt proper voelen. Ik kan het gevoel echt net beschrijven maar het was heerlijk.

We vonden een restaurantje, Shiva Guesthouse op Durbar Square alwaar Gunther voor een chicken shaslick ging en ik voor een overheerlijke Chicken Maryland (eigenlijk gewoon een gepaneerde platgeslagen kipfilet :))

(Ja Miet, het vegetariër zijn staat momenteel terug op een lager pitje, hoe raar we dat ook vinden want we hadden gedacht dat hier zeer weinig vlees ging zijn maar ze slaan je er werkelijk dood mee. We zetten dus terug af en toe een stukje kip op het menu.)

Soit, Bhaktapur was dus zo geweldig dat we terug begonnen nadenken of we niet nog een langere trip zouden doen. Wim had namelijk laten vallen dat daar zeker nog de mogelijkheid toe was deze maand omdat we zoveel vrijwilligers hadden. We zijn momenteel met 6 en volgende maand nog maar met vier dus dan geraken we niet meer zo makkelijk weg.

We besloten dus in allerijl om nog een trip te plannen. Where to go?

Woensdag 18 mei-afsluiten en verdergaan

Het is een rare dag vandaag. Ik weet niet of het ligt aan het feit dat ik gisteren voor het slapengaan een halve Valium heb genomen of omdat mijn oma vandaag begraven wordt. Ik zou het liefst van al de ganse dag slapen. Deze dag gewoon voorbij laten gaan en er zou weinig mogelijk aan denken.

Maar ik kan er inkomen dat mijn familie thuis dat misschien ook liever zou willen doen en zij niet eens de keus hebben. Het voelt zo onwezenlijk als er iemand thuis sterft terwijl je er niet bij kan zijn. Alsof het toch niet helemaal echt is. Alsof je alles gedroomd hebt. Ik heb daarnet tegen Gunther een pak verhalen verteld over vroeger. Het is gek maar de momenten bij mijn grootouders zijn de beste die ik me kan voor de geest halen. Van de rest herinner ik me zo bitter weinig, hoewel ik het erg vind om dat te zeggen.

Ik zei een hele tijd geleden tegen Valerie dat ik me zo goed als niets meer kon herinneren van thuis. Het leek alsof mama en papa altijd aan het werk waren. En ik haatte het om bij de buurvrouw te zijn, ik vond het niet fijn om mijn huiswerk achter in de winkel te gaan of om met de bus naar school te gaan. Reden temeer dat het lijkt alsof ik de beste momenten van mijn jeugd doorbracht bij mijn grootouders.

Het is raar dat degene die 4 jaar jonger is dan ik, er mij op moest wijzen dat we ook thuis een pak leuke momenten hebben gehad: op zondagnamiddag naar Terlaemen en elk jaar naar zee of zelfs naar Spanje toen bom en bompa daar nog een appartement hadden. Wat is het allemaal lang geleden…

Ik kan mij gewoon vooral Leopoldsburg herinneren. Elke woensdagnamiddag naar daar, verse soep eten en daarna wortelpuree met kipfilet en dan naar de manège. ’s Avonds terug naar Houthalen. Ik neem aan dat we daar dan opnieuw aten maar zelfs dat kan ik me niet meer herinneren. Zo gek allemaal.

Vrijdagavond terug naar Leopoldsburg. ’s Avonds TV kijken met bom in de achterplaats. Worteltjes en radijsjes eten voor de TV en soms ook eens chips. En dan slapen in de logeerkamer. Ofwel lazen we nog wat, ofwel zongen Val en ik liedjes totdat bompa ging slapen. Bompa ging altijd slapen voor bom. Die zat tot een kot in de nacht nog voor haar TV en dommelde meer dan eens in. Hoewel ze altijd beweerde dat ze alleen maar haar ogen liet rusten. J En dan zaterdag naar de markt, neuzekes halen voor bom, bollekes voor bompa en natuurlijk voor onszelf ook iets, ’s middags meestal kippenstoofsel met patatten of nog maar eens wortelstomp met kipfilet (wilden we daar eigenlijk ooit iets anders eten?) en daarna de ganse namiddag naar de manège. Zaterdagavond waren het dan meestal boterhammen als ik het mij goed herinner. En daarna weer voor de TV hoewel we ook een hele tijd mee zijn geweest naar de mis in het kapelleke. Op zondagnamiddag werden we meestal naar de winkel gebracht als zij hun inkopen deden bij mama en papa.

En dat kan ik me dus allemaal wél herinneren. Het zijn ook die dingen die ik me nu meer dan ooit herinner als ik aan mijn oma denk. Niet de afgelopen maanden dat ze in en uit het ziekenhuis ging en dat ik meer dan eens verzuchtte dat het een opgave begon te worden om haar te gaan bezoeken omdat ik eigenlijk niet meer goed wist wat ik tegen haar moest zeggen en dat ze meer dan eens in slaap sukkelde als je bij haar zat. Dat ze meer en meer veeleisend begon te worden ook. Dat ze als je binnenkwam, niet eerst ‘dag’ zei maar eerder: Goed dat je er bent, dan kan je dit of dat voor me doen. Waarop ik meestal nadrukkelijk repliceerde: Dag bom!

En zij terug: ‘Dag sus’ of ‘Dag schat’.

Het steekt misschien toch een beetje dat de enige die dat nu nog tegen me zullen zeggen Gunther en mijn beste vriendinnen zijn.

Soit, de begrafenis is vandaag om half 11 en ik moet verder.

We zijn de afgelopen dagen ook verder gegaan hoor. De kinderen zijn namelijk zo een handvol dat je niet eens tijd hebt om aan andere dingen te denken.

Misschien best de rest van de uitleg in een volgend hoofdstuk dan. Kwestie van weer een stukje ‘afsluiting’ te doen.

donderdag 12 mei 2011

Donderdag 12 mei - een dag in mineur

Ik wist dat het maar één ding kon betekenen als Valerie naar Gunther belde terwijl we in Nepal zaten. En toch keek ik hem verwachtingsvol aan, blij om mijn zus te horen. Mijn vreugde was van korte duur.

Je bent er niet meer. Mijn bommeke. Mijn tweede moeder. Mijn steun en toeverlaat. Het klinkt zo onwaar nu, want die band die we vroeger hadden, leek de laatste jaren minder sterk. Jij werd ouder, en ik misschien ook.

En toch. Toch is er niemand die jou kan vervangen. Ik weet dat ik hoopte dat je niet meer teveel pijn moest hebben. Dat je niet meer te vaak naar het ziekenhuis moest. Dat je rustig mocht gaan als het je tijd was. Dat het misschien zelfs beter was als je ging, omdat het zo pijnlijk was je te zien aftakelen. Jij, die niet alleen je eigen kinderen opvoedde maar ook hun kinderen, als de tijd ervoor te kort schoot. Jij die de oorlog doorstond, bompa moest afgeven en een paar maanden geleden nog, je enige zoon.

Ik weet dat ik gewenst heb dat je die eerste keer had mogen gaan. Die eerste keer van zoveel keren dat je in het ziekenhuis belandde. Die eerste keer, dat ik een week lang gehuild heb. Toen iedereen, zelfs de dokter, dacht dat je laatste uur geslagen had. Die eerste keer ook van zovelen, dat je er toch weer bovenop kwam. ‘Onkruid vergaat niet’, zei ik dan met een glimlach. En je grimaste terug, ook al was dat soms van onderdrukte pijn.

En ik voelde me slecht. Omdat ik wist dat mijn wens niet alleen was om jouw lijden te stoppen. Maar ook dat van mij. Ik schaamde me voor het feit dat ik je niet wilde zien veranderen in een schim van de moedige vrouw waar ik naar opkeek en die ik zo lief had. Ik wilde liever de herinneringen aan vroeger bewaren. Je warmte, je glimlach, je goede adviezen. Hoe egoïstisch kan een mens zijn?

Ik heb gehuild, die laatste keer dat ik je in het ziekenhuis bezocht. Omdat ik wist dat de kans reëel was dat het onze laatste keer samen was. Ik zat naast je zijde zoals we jarenlang in de achterplaats deden, met mijn hoofd tegen je schouder, mijn hand op die van jou. Je bleef er tot mijn verwondering rustig onder en zei dat je je best zou doen om er te zijn als ik terug kwam. En ik geloofde je, zoals ik altijd heb gedaan. Ik heb gezegd dat ik van je hield. En daar ben ik nu blij om. Misschien heb ik zelfs, meer dan iedereen nog, afscheid van je kunnen nemen toen je nog wakker was, nét omdat ik op reis vertrok. Het is uit dat feit dat ik troost put, nu ik aan de andere kant van de wereld zit.

Ik ben daarnet naar Pashupatinath gegaan, de rituele verbrandingsplaats van Kathmandu. Ik kocht een bloemenbootje en wat wierook en had een brief voor je bij. Een brief vol bedankjes voor alles wat je voor me hebt betekend. Mijn woorden leken zo onbeduidend in vergelijking met jouw daden. De brief heb ik opnieuw gelezen en verbrand. De assen heb ik uitgestrooid over het bootje. De smeulende stokjes wierook stak ik tussen de bloemen en zo stuurde ik je zachtjes mee met de stroom. De Bagmati rivier die uitmondt in de heilige Ganges van India, ook wel ‘de rivier van het leven’ genoemd.

Het leek zo voorbestemd, dat je het water opging. Net zoals de matroos in het kinderliedje dat je altijd voor ons zong: ‘Il était un petit navire’. Nochtans was jij niet degene die aan het kortste eindje trok. Jouw strootje was immers lang, gelukkig en verzadigd. Dat je schip in vrede mag verder varen. Ik durf te wedden dat je onderweg nog een paar oude bekenden tegenkomt…

woensdag 11 mei 2011

Woensdag 11 mei

Ik zit in de Flavors waar de elektriciteit voor de zoveelste keer is uitgevallen, maar gelukkig hebben ze hier een noodgenerator. Dat kan van ons appartement helaas niet gezegd worden. Als de elektriciteit uitvalt, wat meestal twee keer per 24u is, voor een aantal opeenvolgende uren, hebben we 1 noodlampje. Voor de rest zijn we blij dat we een gasvuur hebben :)

We hebben er vandaag weer 2 shifts opzitten die weer vrij vermoeiend waren. Het is wel ok werk en je pikt snel op maar het zijn gewoon zooooveel kinderen die zoooooveel lawaai maken!

Soms is het even een overload en vlucht ik, als het even kan, voor een tiental minuten naar ons dakvertrek. Gewoon om ff terug op te laden.

Er zijn gewoon soms van die momenten dat alles tegelijk lijkt te gebeuren en dan is het even diep ademen. Meestal gebeurt zoiets tijdens 'medicine time'. Je bent dan al omsingelt door een bende kinderen van alle leeftijden die om het hardst roepen: 'Didi, me first, me didi!', dan moet je tegelijk zien dat ze niet met hun tengels in de apothekerskast zitten, komt er altijd wel eentje iets anders vragen zoals shampoo, een handdoek, een propere onderbroek, of is er een kleintje dat naar het toilet moet. Hel dus. Maar gelukkig maar voor even.

Hoewel het soms behoorlijk op de tanden bijten is, geniet ik er stiekem wel een beetje van dat mijn geduld danig op de proef wordt gesteld en mijn grenzen nog maar eens verlegd worden. Het is allemaal leerschool en ik hou wel van een uitdaging. Gunther ook overigens J

We hebben overigens complimenten gekregen van de andere 'oudere' vrijwilligers voor onze strenge en consequente aanpak. Ik ben er zelf dan ook van verschoten hoe streng ik ben. Ik wist wel dat ik streng zou zijn (maar rechtvaardig ;)) maar ik verschiet zelf soms hoe kordaat ik kan zijn. Bij mij geen flauw gezeur, gedraal bij het eten, geween om niets, ...

Ja papa, had je niet gedacht hé ;)

Soit, het wordt vandaag maar een kort stukje blog (in mijn termen dan ;) want ik word langs alle kanten gehasseld door de mensen van babymag dus dat heeft even voorrang nu.

maandag 9 mei 2011

Maandag 9 mei

Het overkomt zowat iedereen die naar Azië reist minstens 1 keer, vooral waar het landen als India of Nepal betreft. Het is alleen spijtig dat het mij al zo snel moet overkomen: buikloop. En nog niet van de minste :S Helaas Didier, zo goed ben ik dus toch niet resistent tegen de onhygiënische toestanden hier ;)

Nu denk ik persoonlijk niet zozeer dat het van verkeerd voedsel is als eerder een combinatie van meerdere dingen.

Waarbij de voornaamste oorzaak ongetwijfeld oververmoeidheid is. Jawel, ik slaag er dus in om al oververmoeid te raken na een week. Het heeft dan ook vooral te maken met de overvloed aan prikkels waarmee we hier te maken krijgen. In Kathmandu is het zo goed als nooit stil. Terwijl we in Leuven ook in een drukke straat wonen, heb ik daar totaal geen last meer van van zodra ik de deur van ons appartement achter me dicht trek. In Kathmandu is het een contant lawaai van autotoeters, brommers, blaffende honden, roepende mensen, af en toe een overscherend vliegtuig, een graafwerktuig, en ga zo maar door.

Ik wist natuurlijk al langer dat ik gevoeliger zintuigen heb dan een doorsnee mens maar wordt er hier pas ten volle mee geconfronteerd. En dat werkt enorm belastend op mijn systeem. Ik begrijp ook dat ik er veel te hard ben ingevlogen de afgelopen 7 dagen. Niet alleen hebben we 4 vermoeiende shifts achter de rug, in onze vrije tijd gingen we ook nog eens rondwandelen met veel op- en afgeklim etc. Nu ware dat misschien geen groot probleem als je zoals Gunther 10u per nacht rustig kan slapen. Maar ik heb al moeite met inslapen en dan slaap ik nog hoop en al 7u. En dat wreekte zich gisterenavond dus. Ik had het nochtans al gemerkt aan mijn bloeddruk. We moeten hier heel veel trappen lopen: ons appartement ligt op een dak en het weeshuis heeft 5 verdiepingen. Ik moet dan ook regelmatig even stilstaan omdat ik duizelingen heb of zwarte vlekken voor mijn ogen zie. Heeft waarschijnlijk ligt het ook aan het feit dat ik thuis dagelijks bureauwerk verricht en nu alleen maar fysiek werk doe. Ik had mezelf met andere woorden maar weer eens overschat. :S

Ik heb nog niet teveel gegeten vandaag en doe het nu wat rustiger aan. Regelmatig gaan liggen enzo. We gaan zo meteen ook even langs de apotheker voor iets om beter te slapen. Anne en Gert hebben me wat suggesties van de hand gedaan. Ik neem aan dat als ik een keer wat langer slaap, ik ook terug resistenter word.


Vervolg


In de namiddag ging het wat beter, ik heb wat probactiol pilletjes genomen die Gunther bij had en uiteindelijk toch ook een immodiumtabletje omdat we even naar Thamel wilden gaan. Daarvoor hadden we een taxi nodig, die ons al hotsend en botsend ter plaatse bracht. Man, wat zijn de wegen hier slecht! En het verkeer is, net zoals in India, een complete chaos. Hoewel we in Thamel zelf op de grote kruispunten voor het eerst verkeerslichten tegenkwamen, alsook een politieagent die het verkeer in goede banen trachtte te leiden.

En als ik dacht dat het geluid niet te harden is in Tinchuli, moet je zeker eens naar Thamel gaan. Plots kon ik alles weer relativeren. Deze keer was het zelfs Gunther die als eerste aangaf dat hij er genoeg van had. Thamel is het échte centrum van Kathmandu en dat is echt waanzin. Enge straatjes met straatverkopers aan beide zijden waar auto’s zich toch nog toeterend een weg door banen, motors die rakelings langs je door scheren en een constante stroom van mensen op weg naar ergens en nergens. Omdat deze buurt ook een pak toeristischer is, word je er veel sneller aangesproken door de verkopers. Niet zo leuk dus als je even op je gemak wil rondkijken. Maar wel een heel leuke plaats om kleurrijke kledij op de kop te tikken: harembroeken, tunieken, pashmina en kasjmir sjaaltjes, houten maskers, hand vervaardigde pottenbaksels, gebedsvlaggetjes, wierook, kruiden, etc.

We hadden slechts een paar blokken gedaan toen we al genoeg hadden voor een eerste keer. Nog even halt gehouden bij de apotheker voor wat slaapstuff en ons terug laten afzetten in Tinchuli bij de Gemini supermarket.

We wilden koude pastasalade maken omdat we morgen weer de namiddagshift hebben en we dan ’s middags nog wat kunnen eten voor we vertrekken en ’s avonds nog iets lichts te knabbelen hebben bij terugkeer.

Erwtjes, mais, ananas, tonijn, champignons, allemaal in blik en voorradig in de winkel. Dan nog wat spirelli pasta, gekookte eieren en een thousand island dressing erbij en klaar. Het lukt em hier helaas nog niet om altijd alles vers te koken zoals thuis but who gives?

Gunther kocht ook een voetbal voor zijn ploeg en was helemaal in zijn nopjes :) Hij wilde eigenlijk ook voetbalschoenen kopen voor het ganse team maar nu bleek dat die toch 2000 Rs kosten per paar en dan zou hij er 18 paar moeten kopen dus daar heeft hij dan toch maar van afgezien :) Moesten er onder jullie echter sponsors zijn, laat het ons zeker weten ;)

We besloten om toch nog even bij Flavors iets te gaan eten en betaalden slechts iets van een 700 (en een beetje) Nepalese Rupees voor een Pad Thai voor mij en een Spaghetti à la Mellazane en een stuk chocoladetaart voor Gunther, vergezeld van 3 grote cola’s. Dat maakte samen iets van een 7 euro. Soms sta je dus in de winkel te denken: heeft het wel zin om zelfs iets klaar te maken aangezien het zo goedkoop is om hier te gaan uit eten. :)

We hebben dan 's avonds toch al een beetje aan de pastasalade gezeten toen Gert thuis kwam van haar shift. Het ging inmiddels ook alweer wat beter met mijn buik. Geen krampen meer, alleen nog buikloop. En ook de zwarte schimmen waren verdwenen, die waarschijnlijk een gevolg waren van uitdroging. Ik had er niet bij stilgestaan dat je ook bij buikloop voldoende water moet drinken. Weer een lesje geleerd met andere woorden. Soit, ik heb 's avonds wel een halve valium gepakt om door te kunnen slapen, wat me goed gelukt is.

We zijn intussen dinsdag en ik ben net met Gunther gaan ontbijten. Voel me wel nog wat moe en heb last van zware benen maar het gaat langzamerhand alweer beter. Ik ga het vanaf nu sowieso een beetje rustiger aan doen denk ik. Temeer daar we straks weer een eerste shift hebben en er al een aantal kindjes thuis worden gehouden omdat ze ziek zijn. Ik heb me voorgenomen om voortaan na onze twee shifts, in dit geval dus morgennamiddag) wat bij te slapen ipv meteen weer iets te willen gaan doen. We zijn tenslotte nog lang genoeg hier.


Zondag 8 mei, 15u

We zitten in het Garden View restaurant en wachten op een bord gefrituurde momo’s voor Gunther en een bord gestoomde momo’s voor mij.
Een uur geleden onze shifts beëindigd en eigenlijk stikkapot.
Het waren dan ook twee behoorlijk vermoeiende dagen. Op zaterdag hebben de kinderen vrij waardoor dat we onze handen behoorlijk vol hadden om de kleinsten te entertainen. Tenminste, dat deed ik voornamelijk alleen met Dinesh deze keer. Gunther had een beter alternatief gevonden en werd gepromoveerd tot voetbalcoach van de middle boys. Met als gevolg dat die een aantal uur op een aangrenzend veld gingen oefenen. Hij trekt zich hier maw bijzonder goed uit de slag maar dat laat ik hem liever zelf vertellen. De kleintjes waren dus voor mijn rekening en niet al te makkelijk. Op zaterdag krijgen ze allemaal zakgeld, wat in de meeste gevallen meteen opgaat aan snoep en ze bijgevolg geen honger meer hebben tegen etenstijd waardoor ze lastig gaan doen. Ze zijn ook allemaal een beetje ziek aan het worden, wat hun humeur er niet beter op maakt. Vooral Sulab was erg vervelend en wilde constant opgepakt worden. Als je dat niet deed, begon hij te huilen of te stampen of ging hij met zijn hoofd op de grond bonken. Het moeilijke aan hem is dat hij bijzonder veel heeft meegemaakt en bijgevolg ook niet te straffen is. Het kan hem gewoon niet schelen. Hij is 2,5 jaar en werd wegggehaald bij zijn ouders die allebei zware alcoholiekers waren en hem een ganse dag aan een touwtje vastbonden aan hun golfplaten hutje terwijl zij gingen werken. Dit maakt dat hij heel veel aandacht nodig heeft. Maar teveel aandacht geven en toegeven elke keer als hij erom vraat, betekent ook weer dat je een onhandelbaar en rotverwend kind krijgt. Het is dus echt goed zoeken naar de gulden middenweg.
Sonam (5 jaar) had al een dag koorts en was gisterennamiddag in zijn bed gekropen. ’s Avonds lag hij er nog, bloedheet met het zweet parelend op zijn voorhoofd en zijn hartje dat 200 per uur ging. Zo aandoenlijk. Toen ik hem zijn medicijnen ging geven, pakte hij mijn hand en hield hem tegen zijn gloeiende lijfje onder het deken.
Ik ben dan maar bij hem blijven zitten en heb een half uur ‘slaap kindje slaap’ gezongen. Het had echter niet veel baat want een half uur later, kotste hij alle medicatie terug uit. Koorts terug gemeten en hij had 38.2. (Gert beweert dat je bij deze thermometers overigens 0.8 moet bijtellen!) Er werd wijselijk besloten om de volgende dag met hem naar de dokter te gaan.
Dat doen ze hier overigens niet meteen. In het tehuis trachten ze zoveel mogelijk zelf op te lossen tenzij het echt de spuigaten uitloopt. ’s Morgens om 9u en ’s avonds om 19u is er een medicatieronde waarbij iedereen de revue passeert die met het een of ander te kampen heeft. Dat gaat van schaafwonden tot uitslag of beten, hoofdpijn, keelpijn, buikpijn, maagpijn, … noem maar op. Als de koorts een dag aanhoudt, gaan ze met de kinderen naar het ziekenhuis. Het gekke is dat Sonam vanmorgen nog koorts had, naar het ziekenhuis is gegaan en deze namiddag weer springlevend was alsof er nooit iets gebeurd was. Kinderen, ik moet er nog veel van leren! :)

En nu ik het toch al over de volgende dag heb, deze begon ook geweldig leuk voor mensen met een gevoelige maag. Meteen toen we vanmorgen om kwart voor 7 aankwamen, stonden Manish en Veejay ons in hun blote glorie op te wachten. Het eerste dat uit beide monden kwam was: ‘Didi, kaka’. Great!
Ik met hen beide naar het toilet van de baby’s floor waar al een aantal stevige drollen lagen te drijven. Dat is nog iets wat minder leuk is aan Nepal. Op veel plaatsen trekken de WC’s niet door en moet je spoelen met een emmer water. Dat is al bij al het ergste niet, ware het niet dat veel mensen totaal de moeite niet nemen om dat te doen. En zeker niet in een weeshuis met 75 kinderen en bijna 20 man personeel.
Ik dus die kleine vasthouden op de pot met mijn gezicht richting drijvende drollen en dan pas zien dat er geen WC-papier in de buurt is (wat ook heel normaal is omdat veel mensen zichzelf ‘afvegen’ met hun linkerhand en deze daarna wassen. Het is ook om die reden dat je nooit iets aan een Nepalees mag geven met je linkerhand – net zoals moslims bij mijn weten- omdat deze als onrein wordt beschouwd).
Goed, ik dus tegen de ene: ‘You stay here’, tegen de andere: ‘Hold your kaka’ en snel op zoek naar een rol WC-papier. Manish zelf laten afvegen en Veejay op de pot voor een paar plonzen terwijl de andere erop staat te kijken. Hoezo ‘personal space’?
In Nepal wordt echt alles gedeeld. Het is zelfs zo dat mensen hun deur zelden afsluiten als ze thuis zijn. Als dat wel wordt gedaan, wordt verondersteld dat ze iets aan het doen zijn dat het daglicht mag zien. :)
Het verdere verloop van de dag was zoals de vorige keer: de kleintjes laten eten, tandenpoetsen, schoolkostuumpjes aan, medicatie uitdelen. Alles klaarzetten voor de groteren, tanden laten poetsen, haren kammen, vlechtjes en staartjes maken, de kids naar school brengen, bedden verversen. Ff vrije tijd. Dan terug de kleintjes halen, een snack geven en terug naar school brengen.
Het is ongelooflijk hoe snel je in die routine valt maar het kan behoorlijk vermoeiend zijn om 75 kinderen rond je bezig te horen terwijl ze zich klaarmaken voor de school.
Er is nog één ding waar ik het tot nu toe heel moeilijk mee heb gehad en dat is met Priya, het zwaar gehandicapte kindje. Ik moest haar pamper vrijdagavond weer verversen (Gunther heeft zich daar tot nu toe nog onderuit kunnen muizen maar dat gaat wat mij betreft niet meer lang duren :)) en my god, wat heb ik het daar moeilijk mee. Nochtans ligt het niet zozeer aan de inhoud ervan maar vooral aan het feit dat ze gehandicapt is en ik totaal niet weet wat ik met haar aan moet. Ik schaam me om dat te zeggen maar ik heb daar nooit eerder zo dichtbij mee te maken gekregen. Ze moet na haar pamper ook nog pap krijgen en ook dat verloopt heel moeizaam omdat haar slikreflexen niet goed werken of zoiets. Ze reageert zo goed als nergens op en maakt meestal alleen maar een soort van snurkend geluid. Ik heb het er erg moeilijk mee maar probeer elke keer een stapje verder te gaan in het verleggen van mijn grenzen. Het kind kan er tenslotte ook niet aan doen.
Het was eigenlijk niet de bedoeling dat ze in het home terecht kwam en ze zijn nog steeds geschiktere hulp voor haar aan het zoeken omdat ze in ShangriLa eigenlijk niet over de middelen beschikken om haar de juiste zorg te geven. Priya werd als baby op straat gevonden tussen het vuilnis maar bij ShangriLa wisten ze pas dat er iets serieus met haar scheelde na het eerste dokteronderzoek. Aanvankelijk dachten ze dat het kind slechts leed aan ondervoeding en andere symptomen tgv het straatleven.
Soit, ik zie dat ik hier weer bijna een boek heb geschreven dus ik ga mijn betere helft ook nog even aan het woord laten.



Het is dus tijd dat ik ook nog eens iets schrijf, langs de ene kant ben ik daar niet zo goed in als Nathalie en langs de andere kant moet ik gewoon eerlijk zijn en zie ik het als een opgave om tijdens mijn vrije momenten aan de blog te schrijven. Maar kom, jullie zullen allemaal wel graag weten hoe het hier met ons gaat en altijd Nathalie aan het woord laten begint op een duur misschien ook te vervelen J. De eerste week is nu bijna voorbij en ik heb het hier nog altijd heel goed naar mijn zin. De dagen dat wij werken zijn best wel vermoeiend maar heel anders dan de werkdagen in België. Hier zijn we constant fysiek bezig en dat is toch iets anders dan in België waar ik bijna hele dagen achter een bureau zit. Het blijft voor mij nog wat wennnen en zoeken hoe je best met de kinderen omgaat maar ik merk wel dat het mij beter en beter begint af te gaan. Zoals Nathalie hierboven al zei, ben ik nu ook trainer van de plaatselijke schoolvoetbalploeg. Ik had een keer tegen een van de andere vrijwilligers laten vallen dat ik zelf voetbalde en die had dat doorverteld tegen een van de kinderen en zo is de bal aan het rollen gegaan. Afgelopen zaterdag heb ik dus mijn eerste training mogen geven en volgende week begint het scholenkampioenschap waaraan 400 scholen van Kathmandu meedoen. De ploeg bestaat uit 18 kinderen tussen de 12 en 16 jaar waarvan er 12 in het weeshuis zitten. Het veld waarop ze trainen is gewoon een braakliggend stuk grond waar ze met twee stenen een goal maken. Niet iedereen heeft ook voetbalschoenen, sommigen spelen zelfs met twee verschillende schoenen waarvan een iemand zelfs bladeren achteraan een van de schoenen stak omdat die anders te groot was. Ik dacht al onmiddellijk om een paar ballen en iedereen nieuwe voetbalschoenen te kopen, maar Wim heeft mij dan toch wat ingetoomd. De school en het weeshuis kopen allebei 2 ballen en met de schoenen gaan we nog even wachten want de andere ploegen zullen er waarschijnlijk ook zo bijlopen en anders zouden zij er wat bovenuit steken wat ook niet de bedoeling is. Ah ja, ook nog grappig, een van de spelers vroeg of ik in België bij de nationale ploeg speelde. Ik weet alleen niet meer of dat was voor of na hij mij had zien spelen :).

Zaterdag 7 mei

Aangezien Kathmandu nogal lawaaierig is, houd ik vooral van de ochtenden. Ik ben meestal wakker tegen een uur of 7. Gunther komt tussen 9u30 en 10u boven water.
Vanmorgen was dat niet anders. Ik vind het echter puur genieten om die paar uurtjes voor mezelf te hebben. Soms schrijf ik wat voor de blog, lees ik wat of doe de was. En natuurlijk maak ik ook het ontbijt klaar. Alles is hier vlakbij. Vanmorgen liep ik 500 meter naar de kleine supermarkt voor een blik champignons (de verse zijn niet altijd voorradig), een fles cola en een grote zak toastbrood. Terug op weg naar huis staan er tientallen kraampjes met groenten dus ik sloeg ook nog wat aardappelen en eieren in.
Look en ajuin hadden we nog, dus dat werd alweer een fantastisch roerei met groenten en blokjes aardappel en geroosterd brood. Het leven kan toch zo simpel zijn soms. :)
Het is vooral van die momenten dat ik geniet.
Gisteren hebben we een superlange wandeling gemaakt naar het Kopan klooster waar meer dan 700 monniken en nonnen wonen en er maandelijks retraites worden gehouden waar ook buitenlanders aan kunnen deelnemen. Een beetje zoals ik in Thailand heb gedaan maar hier werken ze blijkbaar maar met halve dagen stiltemeditatie. Het was een zeer grappige ongeorganiseerde wandeling trouwens. Het enige dat we voor ogen hadden was het klooster dat hoog op een berg gelegen is. Het was echter niet meteen duidelijk hoe je daar moest geraken maar blijkbaar maakt dat hier ook niet zoveel uit. ‘When there is no path, you make one’, lijkt me wel een uitspraak die die bij Nepalezen zou kunnen passen. We hebben in velden gezeten, in mensen hun tuin, akkers, noem maar op.

Wat het eten betreft, hebben we hier allesbehalve te klagen. Gunther is nog niet echt fan van de dal bhat (rijst met linzen en bonen) die we dagelijks in het weeshuis te eten krijgen maar ik denk dat hij wat meer tijd nodig heeft om een nieuwe smaak te ontwikkelen.
We hebben verder al ongelooflijk gegeten, zowel oosters als westers. De momo’s zijn Nepalees en lijken op Japanse dimsums of Chinese dumplings. We hebben al springrolls gehad die ipv een bladerdeeg meer van een maisdeeg leken gemaakt te zijn, zacht dus. Gunther heeft een pizza gegeten en gevulde champignons met kaas en pesto en we hebben ook al zelf spaghetti gemaakt, mét verse groenten uiteraard.
Er verschilt voor ons dus ook niet zo wezenlijk veel van thuis omdat ik daar ook al regelmatig Thais of Indisch kookte en vooral het Indische eten veel overeenkomsten vertoont met Nepalees eten. Aan de streetfood hebben we ons nog niet gewaagd maar dat gaat er zeker nog van komen.

We hebben ook een luizenkam gekocht. Dat is weer 1 van de mindere aspecten maar de kindjes van het weeshuis hebben blijkbaar met de regelmaat van de klok last van luizen. En bijgevolg, de vrijwilligers ook. Wij zijn nog safe tot nu toe maar we hebben de kids dan ook nog niet moeten ontluizen, hét risicomoment bij uitstek. Gert heeft ze al gehad en Valerie heeft ze nu opnieuw. Misschien maar een goede zaak dat we allebei onze haren nog hebben laten knippen voor vertrek (merci Kevin ;))

Zo meteen beginnen we weer aan onze late shift van 14u tot 22u en morgenvroeg weer van 6u45 tot 14u. Vandaag wordt normaal gezien een vrij drukke dag want de kinderen hebben geen school. En de kookdidi’s hebben ook vrij op zaterdag wat betekent dat de kinderen hun eigen eten maken. Dat belooft! :)